Jeugdrechtbank Antwerpen


Doelstelling(en)

Een eerste zicht krijgen op de belasting van de jeugdrechtbank en de mogelijkheden om deze belasting te verlichten.

Context

De rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen en meer specifiek de jeugdrechtbank Antwerpen wenste het werk van de rechters en het ondersteunend personeel van de jeugdrechtbank te verlichten. Daarom vroeg de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen met instemming van zijn jeugdrechtbank om een analyse van de processen en werking van deze entiteit die kon leiden tot voorstellen om de werkingsprocessen te optimaliseren. Dergelijke analyse zou hoe dan ook bijdragen tot het in kaart brengen van factoren die een invloed hebben op de werklast.

De vraagstelling kaderde binnen de door de jeugdrechtbank gemaakte vaststelling dat het aantal jeugdrechters, griffiers en andere personeelsleden de laatste decennia weliswaar is toegenomen (in fulltime equivalenten uitgedrukt met resp. 91 %, 72 % en 65 %  tussen 1990 en 2009), maar dat het aantal nieuwe zaken, evenals het aantal afgeleverde beschikkingen en vonnissen nog veel sterker is toegenomen (het aantal nieuwe protectionele zaken bijv. met 234 % tussen 1990 en 2009).

De bedoeling van het project was om een eerste zicht te krijgen op de belasting van de jeugdrechtbank en op de mogelijkheden om deze belasting te verlichten. Hiervoor werd een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de eindproducten en werkprocessen, de inzet van de menselijke middelen en de organisatieomgeving.

Afgeleverd(e) product(en)

De bekomen en verwerkte gegevens hebben geleid tot een rapport, dat op 10 maart 2011 werd voorgesteld aan de opdrachtgevers en direct betrokkenen.

Het gevoerde onderzoek heeft toegelaten om alle componenten in kaart te brengen die nodig zijn voor de constructie van een genuanceerd en bruikbaar model van werklastmeting voor de jeugdrechtbanken:

  • de bepaling van producten (PDF - 44 kB) desgevallend onderverdeeld in proporties;
  • een eerste poging om de processen die tot deze producten leiden in kaart te brengen;
  • de bepaling van factoren die o.a. de behandeltijden kunnen beïnvloeden en als dusdanig in het model kunnen worden opgenomen.

Tevens is gepoogd om zicht te krijgen op de mechanismen en factoren die een rol spelen bij de volumes (vonnissen, beschikkingen,…) die de jeugdrechtbank te verwerken krijgt: wie en wat bepaalt de instroom en uitstroom? De factoren kunnen dan wel voor alle arrondissementen dezelfde zijn, hoe ze gehanteerd worden of hoe ze er in de praktijk uitzien kan wel sterk van rechtbank tot rechtbank verschillen. De veelheid van actoren die daarbij een rol speelt en de verschillende manieren waarop elk van hen cijfermateriaal bijhoudt, maken het al moeilijk om voor één arrondissement een totaalbeeld te krijgen, eenduidige vergelijking tussen arrondissementen is nog veel moeilijker. Toch is ook dit een voorwaarde om te komen tot een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen en tot een gelijke behandeling van de minderjarigen over de arrondissementsgrenzen heen.

Ook is een begin gemaakt met de analyse van de interne werking van de jeugdrechtbank. Dit leidt niet zozeer tot adviezen over hoe best wel of best niet wordt gewerkt, maar vaak tot een explicitering van de consequenties van deze of gene manier van werken of gestelde prioriteit. 

Tenslotte zijn er ook een aantal concretere actiestappen of mogelijke projecten geformuleerd, gecentreerd rond vier domeinen: het informatiesysteem Dumbo, de mogelijkheden van een elektronisch dossier, overleg en sensibilisering van het beleid.
Wat deze actiestappen betreft, is het nu aan de Antwerpse (jeugd)rechtbank om te bepalen of en in welke mate zij de vooropgestelde wegen wil bewandelen, desgevallend met ondersteuning van uit de Commissie.

Los daarvan is het eveneens nuttig (en kostenbesparend) dat, met instemming van de opdrachtgevers, verder kan gebouwd worden op het in dit project verrichte werk, bijvoorbeeld bij de werklastmeting, kostenberekening van producten, etc. Het project “producten van de jeugdrechtbanken” (link) is een directe afgeleide van het in de Antwerpse jeugdrechtbank gevoerde onderzoek.

Stand van zaken

Tussen 29 september 2010 en 17 februari 2011 heeft een onderzoeksteam van de Commissie via verschillende methoden diverse gegevensbronnen aangesproken om een beeld te krijgen van de realiteit op de jeugdrechtbank:

  • groepsgesprekken met actoren van de jeugdrechtbank;
  • interviews met alle jeugdmagistraten en griffiers en ca. een kwart van het ondersteunende personeel van de jeugdrechtbank;
  • observaties van zittingen;
  • observaties van kabinetsbesprekingen;
  • observatie van het gebeuren in wachtzalen en aan onthaalbalie;
  • analyse van een steekproef vonnissen, beschikkingen en kabinetsverslagen;
  • analyse van door de politie ter beschikking gestelde gegevens voor 2008, 2009 en 2010 van alle via hun tussenkomst gehoorde minderjarigen;
  • analyse van de door de griffie bijgehouden dossierverplaatsingen;
  • interviews met diverse externe actoren: sociale dienst voor gerechtelijke bijstand, comité voor bijzondere jeugdzorg, woordvoerder van de Antwerpse jeugdadvocaten, plaatselijke systeembeheerder, lokale politie, C.I.V. van de FOD Justitie, statistici van het College van Procureurs-generaal en van het Vast Bureau voor Statistiek en Werklastmeting, jeugdparket, jeugdmagistraten op het Hof van beroep;
  • analyse van de grondplannen van het voor de jeugdrechtbank relevante deel van het Antwerpse justitiepaleis (en bezoek van deze gedeelten);
  • doornemen van schriftelijke bronnen als parlementaire verslagen van hoorzittingen, beleidsnota’s, jaarverslagen, door magistraten of griffiers gemaakte werken in het kader van managementopleidingen,…

Partijen betrokken bij het project

De jeugdrechtbank Antwerpen, diverse externe actoren en de Commissie voor de Modernisering.